Sociaal Europa

De interne markt opent veel nieuwe perspectieven, zoals studeren en werken in een ander EU-land. Dankzij het vrij verkeer van mensen, diensten en werknemers, zijn nieuwe jobs gecreëerd en hebben bedrijven makkelijker toegang tot nieuwe Europese afzetmarkten. Echter, een unie die vooral focust op marktwerking en het openstellen van grenzen, maar daar geen sociale bescherming aan koppelt, krijgt vroeg of laat het deksel op de neus. Het is de perfecte voedingsbodem voor populisme en euro-scepticisme. Groen wilt een antwoord bieden op de vraag: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen de vruchten plukt van de eengemaakte markt, en niet enkel de happy few.

"Sociaal Europa" is een begrip dat vele ladingen dekt. Niet enkel tewerkstelling en sociale zekerheid, maar ook milieu, klimaat, gezondheid en fiscaliteit hebben een 'sociale functie'. In onze visie op de maatschappij kunnen deze thema's dus niet losgekoppeld worden van elkaar wanneer we spreken over 'sociaal Europa', en moeten we zoeken waar synergiën mogelijk zijn. Uiteindelijk willen we een sociaal rechtvaardige maatschappij, waarbij de meest kwetsbare mensen het best beschermd worden.

Meer Europa, niet minder

Het gaat in tegen het populaire populisme-deuntje, maar Groen is ervan overtuigd dat voor vele sociale problemen van vandaag de oplossing niet minder, maar méér Europa is. Want hoewel sociale thema's veel burgers rechtstreeks raken, kiezen lidstaten er niet altijd voor om de sociale kaart te trekken. Zij zijn nochtans bevoegd in die materie. Dat ze hun verantwoordelijkheid hierin niet of slechts gedeeltelijk opnemen, is tekenend én schrijnend tegelijk. Bovendien brengen open grenzen sociale uitdagingen met zich mee die lidstaten niet langer op hun eentje kunnen oplossen.

In plaats van minder Europa, is slechts door méér Europa een sociaal Europa mogelijk. En het omgekeerde is ook waar: Europa zal sociaal zijn of niet zijn. Inderdaad, de Europese Unie zal enkel stand houden als ze een sociaal rechtvaardige Unie wordt. Een sterker sociaal luik is daarom onontbeerlijk als het gaat over de toekomst van Europa.

Hoe Groen wil bouwen aan een sociaal Europa

Zoals gezegd ziet Groen sociale rechtvaardigheid als rode draad doorheen verschillende maatschappelijke thema’s, en willen wij het opnemen voor de zwaksten in de samenleving. We zoeken daarbij naar synergie tussen verschillende beleidsdomeinen. Maar er is meer. Een harmonisering (naar boven) van de sociale zekerheidsstelsels dringt zich op. Een herverdeling van de middelen waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen is onvermijdelijk. Een strengere aanpak van fiscale fraude en belastingontwijking (want die kosten ons immens meer dan sociale fraudeurs) wordt noodzakelijk, zodat sociale investeringen in onderwijs, gezondheid, huisvesting en klimaatverandering mogelijk worden. De belangen van werknemers en bestaande sociale verworvenheden in het bijzonder, mogen niet ten koste gaan van de belangen van werkgevers en het groeiend aantal speciale werknemersstatuten (flexijobs e.d.). Sociaal overleg blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt.

1. Degelijke en betaalbare huisvesting voor iedereen

De prijzen op de huizenmarkt swingen de pan uit, de zwaksten (11% van de Europeanen) vallen eerst uit de boot. De goedkoopste woningen zijn vaak het minst gezond en veilig en hebben de slechtste isolatie. In 2016 nam huisvesting de grootste hap uit het maandbudget van de gemiddelde Europeaan. Voor de Belgen was dit 36,3%. Dakloosheid stijgt verontrustend snel en daklozen worden steeds jonger.

  • We willen een Europees kader voor huisvesting zodat nationaal huisvestingsbeleid beter gecoördineerd wordt en een EU-strategie om dakloosheid weg te werken.

2. Toegankelijke gezondheidszorg

Een goede gezondheid, en dus toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg, is een basisrecht. In de nasleep van de financiële crisis hebben vele regeringen echter de uitgaven in de gezondheidszorg teruggeschroefd, terwijl de vergrijzing en de toename van het aantal langdurig zieken net méér van de gezondheidszorg vragen. In België heeft de overheid hier €1,3 miljard bespaard in de laatste 3 jaar. Besparingen maken tegelijk de job van gezondheidswerker onaantrekkelijk.

  • We willen dat de richtlijn voor grensoverschrijdende gezondheidszorg herzien wordt zodat personen met een handicap die in een andere EU-lidstaat wonen dan hun lidstaat van oorsprong, bijkomende kosten volledig terugbetaald krijgen
  • We willen sterker optreden tegen het oneigenlijk gebruik van intellectuele eigendomsrechten bij innovatie, O&O en zo medicatie betaalbaar houden

3. Geen tweederangswerknemers

Of je nu man of vrouw bent, lokale of gedetacheerde werknemer, voltijds of halftijds tewerkgesteld, ‘gelijk loon voor gelijk werk’ moet het absolute basisprincipe zijn. Structurele ongelijkheid tussen man en vrouw of werknemers met een verschillend arbeidstatuut blijft echter problematisch. Het gaat om verschillen in werktijden, verloning, sociale zekerheid, maar ook fysieke omstandigheden of mentale verwachting rond de job. Jobs worden flexibeler, vaker tijdelijk en leiden tot meer ongelijkheid. Er zijn al stappen gezet op Europees vlak, maar het kan nog veel beter.

  • We willen een allesomvattend wettelijk kader dat goede arbeidsomstandigheden en sociale bescherming voorziet voor elke werknemer. We zorgen zo voor meer zekerheid bij tijdelijke, part-time en flexibele jobs. Ook werknemers die via digitale platformen werken hebben recht op goede werkomstandigheden.
  • Er moet ook aandacht zijn voor een beter evenwicht tussen werken, vrije tijd en welzijn op het werk, zeker als we allemaal langer moeten werken.
  • Erop toezien dat de recent opgerichte Europese Arbeidsautoriteit echte slagkracht heeft en toeziet op de naleving van de sociale zekerheid wanneer werknemers uit andere EU-landen in België komen werken (en omgekeerd).

4. Groene transitie naar werk van de toekomst

Technologische veranderingen, digitalisering en innovatie maken dat de arbeidsmarkt heel snel verandert. Routinejobs worden geautomatiseerd. In het licht van de klimaatverandering vindt de circulaire economie opgang, komen nieuwe sectoren tot ontwikkeling en doven oude uit. Levenslang leren is dé uitdaging om bij te blijven. De veranderende arbeidsmarkt brengt heel wat uitdagingen met zich mee, maar er is ook goed nieuws: een studie van februari 2019 (Eurofound) toont aan dat de omschakeling naar een energiezuinige economie voor een economische groei van 1,1% zal zorgen, wat voor meer jobs zal zorgen. Om deze omschakeling in goede banen te leiden dringen enkele gezamenlijke, Europese acties zich op:

  • Jongeren krijgen leerkansen via kwaliteitsvolle stages die gericht zijn op leren en plaatsvinden in degelijke arbeidsomstandigheden
  • Jobcreatie in landelijke en voormalig industriële gebieden en het verder financieren van fondsen die werkomschakeling ondersteunen zoals het Europees Fonds voor Aanpassing aan de Globalisering
  • Meer budget van de Cohesiefondsen en het Europees Fonds voor Strategische Investeringen inzetten voor projecten die energietransitie begeleiden en jobs creëren in deze sector.

5. Toegang tot kwaliteitsvolle diensten in landelijke gebieden en kleine steden

Momenteel leeft 70% van de Europeanen in stedelijk gebied, meer dan de helft daarvan in kleine en middelgrote steden (tussen 5.000-100.000 inwoners). De rest woont landelijk, in dorpen of kleine gemeenten, waar een goede dienstverlening (scholen, gezondheidszorg, transport) niet altijd aanwezig of kwaliteitsvol is. Isolatie en eenzaamheid, werkloosheid en armoede zijn vaak het gevolg.

  • Publieke dienstverlening speelt een essentiële rol in sociale insluiting en het wegwerken van sociale ongelijkheid, en mag niet aan de vrije markt worden overgelaten. We willen overheden dan ook aanzetten om toe te zien op de kwaliteit van de dienstverlening, ook in meer afgelegen gebieden.
  • We moedigen investeringen aan in sectoren met een grote kans op tewerkstelling in landelijke gebieden zodat brain-drain tot een minimum wordt herleid

6. Bestrijden van kinderarmoede

De situatie varieert enorm tussen de lidstaten, maar sommige kinderen moeten een dagelijkse warme maaltijd missen. Risicogroepen zijn eenoudergezinnen, werkende armen, werklozen en grote families (met een migratieachtergrond). Armoede betekent gelijktijdige uitsluiting op velerlei vlak (onderwijs, jobs, huisvesting, persoonlijke ontwikkeling, gezondheid) en vraagt een specifieke aanpak.

  • Met behulp van een ’kindparagraaf’ willen we het effect van beleid op kinderen van beleid nagaan om ons ervan te verzekeren dat een bepaald beleid / bepaalde wetgeving geen kinderarmoede tot gevolg kan hebben.
  • We ondersteunen de drie-peilerbenadering van de Europese Commissie: verbeterde toegang tot werk voor de ouders, toegang tot betaalbare publieke diensten en het recht voor kinderen om deel te nemen aan buitenschoolse activiteiten en aan beslissingen die hun leven beïnvloeden
  • We moeten onze steun aan voedselbanken doorzetten . Gezonde (baby)voeding is immers noodzakelijk voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. we streven naar stabiele huisvesting en continuïteit in school en gezondheid. We voorkomen maximaal dat arme kinderen in ongezonde omstandigheden opgroeien.

7. Een correct minimuminkomen

23% van de Europese bevolking, zowat 100 miljoen Europeanen, flirt met de armoedegrens. Een correct minimuminkomen is een belangrijke hefboom om armoede te bestrijden en sociale uitsluiting tegen te gaan. Het kan een minimale levenstandaard garanderen en het mogelijk maken om aan de samenleving deel te nemen, bijvoorbeeld door het volgen van een opleiding of het zoeken naar werk.

  • We willen een minimuminkomen dat boven de armoedegrens komt
  • Dit schema wordt aangevuld met maatregelen die zorgen voor een toegankelijkere publieke dienstverlening en makkelijkere toetreding tot de arbeidsmarkt