Landbouw en Voedselveiligheid

Wij willen dat landbouw opnieuw aantrekkelijk is voor landbouwers en landbouwbedrijven. We willen dat het beleid collectieve goederen oplevert, zoals gezond voedsel, lokale banen en krachtige economieën, dierenwelzijn, zuivere lucht en schoon water en gezonde, levende bodems. Een gemeenschappelijk landbouw- en voedselbeleid moet daarom de overgang naar een sociaal en agro-ecologisch model ondersteunen.

Zo'n aanpak levert niet alleen voldoende gezonde en lekkere kwaliteitsvoeding maar eerbiedigt ook de sociale en arbeidsrechten van landbouwmedewerkers en migranten, waarborgt een eerlijk inkomen voor landbouwers en ondersteunt microlandbouwbedrijven, kleine en middelgrote landbouwbedrijven hier en in het Zuiden, en houdt tegelijk de vruchtbaarheid en een efficiënt gebruik van de hulpbronnen op lange termijn in stand.

Plaatselijke productie en consumptie vermindert het aantal voedselkilometers, verhoogt de diversiteit, verzekert voedselveiligheid, verhoogt de weerbaarheid tegen economische schokken, verhoogt de autonomie van de boeren en de gemeenschap errond, maakt kennisdeling mogelijk, maakt eten terug persoonlijk. Het kan landbouwers een billijker inkomen garanderen en tegelijk een positief effect hebben op de natuur, volksgezondheid, het dierenwelzijn en het klimaat.

Business as usual is eenvoudigweg geen optie meer. We moeten de middelen die momenteel uitgetrokken zijn voor het GLB gebruiken om op een fundamenteel andere manier verder te gaan, het huidige beleid zelfs te overstijgen en dus landbouwbedrijven en consumenten ondersteunen bij de overgang naar een volledig duurzaam model voor voedselproductie.

1. Herverdelen van de middelen: publiek geld voor publieke goederen

Biodiversiteit, gezonde bodems, koolstofopslag, zuiver water… ze leveren ons belangrijke diensten. De betalingen uit het GLB vandaag komen vooral grote bedrijven en grondbezitters ten goede, voor wie economie belangrijker is dan ecologie, terwijl ze relatief weinig mensen tewerkstellen en ze landelijke gebieden weinig economische waarde verschaffen. Bovendien krijgen boerende boeren amper een billijke prijs voor hun producten. Minder GLB à la carte dus en meer gezamenlijke actie voor gemeenschappelijke uitdagingen.

  • Er komt een plafond van maximaal €50.000 steun per landbouwbedrijf. Alle rechtstreekse betalingen zijn resultaatgericht en gekoppeld aan criteria zoals het aanbieden van kwaliteitsvolle banen, verbetering van bodem- en waterkwaliteit, dierenwelzijn, …
  • Rechtstreekse verkoopstelsels en lokale voedselketens krijgen voorrang zodat er meer autonomie is voor de boer en hij meer prijszetter dan prijsnemer wordt.
  • Geld voor plattelandsontwikkeling dient niet om onderlinge concurrentie te organiseren ten koste van sociale, milieu- of werkgelegenheidsdoelstellingen, vaak in sectoren die al teveel produceren. Het GLB moet gemeenschappelijk blijven, niet per lidstaat georganiseerd. En wie meer bijdraagt aan ecologie en duurzaamheid, krijgt bijvoorbeeld hogere Natura-2000-betalingen.

2. Liefst lokale productie en lokale consumptie

We willen bruisende plattelandseconomieën waar wonen en werken aantrekkelijk zijn, met gevarieerde, onderling verbonden lokale economieën opgebouwd uit kleine bedrijven. Het sociaal weefsel versterkt ook de trots op de kwaliteit van het afgeleverde product, gerealiseerd met respect voor plant en dier.

  • Meer autonomie voor de lokale boeren, met meer gedeelde verantwoordelijkheid en gedeelde risico's met consumenten in een coöperatief systeem.
  • Naast de huidige keursystemen zoals geografische aanduiding, is een betere etikettering van de oorsprong en de productiemethodes vereist, ook voor verwerkt voedsel en maaltijden die via openbare instellingen in restaurants verkocht worden.
  • Duurzame productie met toegevoegde waarde in de productieregio, en dus minder nadruk op export

3. Duurzaamheid promoten, ook in het Zuiden

Er is meer samenhang nodig tussen ontwikkelings- milieu- en klimaatbeleid, handelsbeleid en mensenrechten, zodat het Zuiden afgeraakt van Europees gesubsidieerde producten, net zoals de aantasting van het milieu en zelfs schending van rechten van lokale gemeenschappen door onze destructieve consumptiepatronen. Denk maar een de invoer van soja voor veevoeder en palmolie voor verwerkte voeding en biobrandstoffen.

  • Vraag en aanbod binnen de EU beter op elkaar afstemmen door uitgekiende regelgeving.
  • Het aandeel van de EU-productie van plantaardige eiwitten verhogen en de afhankelijkheid van geïmporteerde, vooral genetisch gemodificeerde soja uit ontbossing of landroof verminderen.
  • Kleine landbouwstructuren houden het sociaaleconomisch weefsel in stand en een veelheid aan toeleveringsketens verzekert de voedselveiligheid en weerbaarheid tegen schokken. Kleine landbouwbedrijven mogen niet langer genegeerd of verwaarloosd worden.

4. Ecologische infrastructuur herstellen

De belangrijkste ecologische processen waarop de landbouw steunt, storten ineen en maken plaats voor externe chemische producten. De gevolgen zijn stilaan niet te overzien. Sommige techn(olog)ische oplossingen, zoals ggo's, synthetische biologie of agro-brandstoffen op basis van biomassa, zijn misleidend. We moeten strenge duurzaamheidscriteria instellen en terug biodiversiteit opbouwen om de ecologische processen opnieuw op gang te trekken. Humificatie zal de bovengrond herstellen en verdiepen, de gewassen beschermen tegen overstromingen en droogte en koolstof doen verminderen.

  • Pesticiden vervangen door agronomische praktijken en niet-chemische alternatieven. Boeren krijgen toegang tot de breedste genetische diversiteit van planten en dieren, ook voor de biologische teelt.
  • Bodems weer tot leven brengen door compostering en erosiebestrijding en het inzetten van boslandbouwmethodes.
  • Ecologische aandachtsgebieden creëren een habitat voor bestuivers en voor nuttige roofdieren die ongedierte onder controle houden, door bodemerosie tegen te gaan en door de nutriënten- en waterkringloop in stand te houden.

5. Risico's verminderen

De voorbije jaren ging veel genetische diversiteit verloren doordat meerdere lokale variëteiten plaats moesten maken voor uniforme variëteiten. De concentratie van multinationals is ongezond.

Lobby's voor megamachines en chemische input/zaden willen geld van het GLB beschikbaar stellen voor de financiering van enorme machines voor landbouwbedrijven. Ze rechtvaardigen dit als 'innovatie' die gebruikt maakt van 'big data'.

We willen voorkomen dat verzekeringsstelsels de steeds beperktere fondsen voor plattelandsontwikkeling opgebruiken.

  • We wijzen op het belang van zaadvrijheid: eigen zaadsystemen en zaadbeurzen die genetisch gevarieerde, lokaal aangepaste gewassen garanderen die snel kunnen inspelen op de uitdagingen van de klimaatverandering.
  • De beste verzekering tegen klimaatverandering, die de hele planeet treft, is de landbouw- en bodembestemmingspraktijken aanpassen zodat ze veerkrachtig worden en de beste verzekering tegen plagen is monoculturen ontmantelen en de structurele diversiteit uitbreiden.
  • Monoculturen vervangen door gewasrotatie met peulvruchten. Landbouwers worden gestimuleerd en ondersteund om hun activiteiten te diversifiëren.

6. Volksgezondheid verbeteren

Slechte voedingsgewoontes vormen een van de grootste gezondheidsbedreigingen. Jaarlijks sterven 40 miljoen mensen aan niet-besmettelijke ziekten waarvan veel risicofactoren met voeding te maken hebben: stijgende hoeveelheid dierlijke eiwitten, sterk bewerkte voedingsmiddelen, pesticideresten en overmatig gebruik van antibiotica.

Voedselbeleid van de EU moet de EU-burgers toereikende, kwaliteitsvolle, voedzame en gezonde voeding aanreiken en de negatieve gevolgen van bepaalde productiemethoden voor het milieu en de volksgezondheid tot een minimum beperken.

  • Voorlichting van de burgers en hen informeren waardoor ze duurzame consumptiekeuzes kunnen maken
  • Overheden bieden kwalitatief goede en gezonde maaltijden aan. Daarom krijgen programma's die melk, schoolfruit en lokaal, ecologisch en faire maaltijden bereiden Europese ondersteuning.
  • Een gezond, plantaardig dieet krijgt aanbeveling, waarbij gezonde, biologische geteelde levensmiddelen lager worden belast dan ongezonde.

7. Dierenwelzijn promoten

De Europese normen omtrent dierenwelzijn horen tot de strengste in de wereld, maar worden nog veel te weinig toegepast voor de bijna negen miljard landbouwhuisdieren in de EU. We moeten afstappen van intensieve, industriële landbouw en vooral intensieve veehouderij die afhankelijk is van de invoer van soja (waarvoor het regenwoud en de Cerrado vernietigd worden) en antibiotica. De vraag naar dit vlees moet dalen, net als de vee-dichtheid bij deze vorm van productie.

Normen inzake dierenwelzijn worden verscherpt en prioriteit is het verbeteren van de veeteelt, ook om de ontwikkeling van anti-microbiële resistentie te vertragen.

  • De financiering van de EU moet duurzame, op weide grazende dieren en dus vlees- en melkproductie ondersteunen. Er komt een einde aan het huidige niveau van niet-duurzame veeproductie.
  • Stalsystemen en beheerspraktijken moeten verbeteren zodat het welzijn van dieren verhoogt.
  • Er komt een verbod op uitvoer van levende dieren (behalve beperkt voor fokdieren) en het vervoer van dieren naar slachthuizen moet worden beperkt tot 4 uur of 300 kilometer.