03 apr 2019

Europese fiscale concurrentie schaadt ook België

Europese landen beconcurreren elkaar niet alleen met aantrekkelijke fiscale regels voor multinationals, maar ook met allerlei fiscale gunstregimes om kaderleden van die bedrijven, alsook andere vermogende en rijke buitenlanders aan te trekken. Dat blijkt uit het nieuwe rapport "Competing for the rich" dat de Europese groenen woensdag - op de derde verjaardag van de Panama Papers - in heel Europa publiceren. Dit leidt binnen Europa tot een 'destructieve race to the bottom', stelt Groen, dat dit soort van gunstregimes wil afschaffen.

De laatste jaren lag de focus van het debat vooral op de fiscale voorkeursbehandeling voor multinationals. Onthullingen over de Panama Papers, SwissLeaks, LuxLeaks en de Paradise Papers zetten het debat op scherp. Het nieuwe rapport (over fiscale gunstregimes voor rijke buitenlanders in 10 EU-lidstaten: België, Cyprus, Ierland, Italië, Frankrijk, Malta, Nederland, Portugal, Spanje en het VK) laat zien dat in heel Europa minstens 160.000 personen binnen de EU genieten van speciale belastingvoordelen. In België zou dat intussen gestegen zijn naar 22.000 volgens Knack.

De Europese Commissie stelde deze vorm van fiscale competitie tussen de lidstaten, overigens zélf al vast in 2001, maar er kwam nooit opvolging. Bart Staes, Europees parlementslid: “Dit is niet onbelangrijk, want de inkomsten uit de personenbelasting in de EU zijn ruim drie keer zo hoog als die uit de vennootschapsbelasting.”  

In België bestaat sinds 1983 een administratieve omzendbrief die een speciaal aantrekkelijke fiscaal statuut creëert voor buitenlandse kaderleden die naar België komen bijvoorbeeld via multinationals. Het fiscale statuut in België is, anders dan in sommige andere landen, van onbeperkte duur. Bovendien stelt het Rekenhof in een eerste kritisch rapport over dit statuut uit 2003, dat de claim dat dit fiscale gunstregime nodig is om investeerders aan te trekken, niet feitelijk onderbouwd wordt.

Staes: “Dat de onderzoekers van dit rapport geen antwoord op hun vragen kregen van onze overheid, hoeft niet te verbazen. Zelfs het Rekenhof schrijft op pagina 15 van zijn laatste rapport over deze kwestie uit 2014 dat “het ministerie van Financiën niet geantwoord heeft op onze vragen.”

“Ook het feit België in de Europese top-3 staat, hoeft niet te verbazen. In januari publiceerde de Europese groene fractie een zoveelste rapport over de ‘fiscale rat race’ in de EU.  Hieruit bleek dat overal in de EU duizenden multinationals niet de belastingen betalen die ze volgens wetgeving geacht worden te betalen. En ook hier springt België er uit: officieel betalen die bedrijven 34%, in werkelijkheid is het gemiddeld 14%. Het Belgische ministerie wordt al decennia geleid door dogmatici die fiscale competitie eerder als zegen dan als vloek lijken te beschouwen, ook al hebben ze tegelijk de mond vol van het belang van de ééngemaakte Europese markt en ‘level playing field’. De verantwoordelijkheid voor een onrechtvaardig fiscaal klimaat in de EU kan voor 90% op conto van de lidstaten en hun ministers van Financiën te schrijven,” aldus nog Staes.

Groen-voorzitter Meyrem Almaci“Deze nieuwe studie laat zien dat ook kaderleden van dezelfde multinationals, in de watten worden gelegd, volgens het Rekenhof op een bovendien niet-legale basis. In België is er naar schatting zo’n één miljard per jaar mee gemoeid. Dit soort van fiscale gunstregimes zijn niet meer van deze tijd en dienen best zo snel mogelijk te verdwijnen. De Belgische regering moet om te beginnen zo snel mogelijk klaarheid scheppen. In de EU geldt: hoe groter het bedrijf en hoe rijker de mens, hoe minder belastingen. Deze verschillen vormen één van de structurele onrechtvaardigheden als het gaat om Europese fiscaliteit. Dat is onrechtvaardig ten aanzien van werknemers én KMO’s, die wel fors belastingen afdragen, terwijl die KMO’s ook nog eens de meeste jobs creëren.”

Groen EU-lijstrekker Petra de Sutter wijst er op dat “er tal van mogelijkheden zijn om deze fiscale onrechtvaardigheid tegen te gaan: met name drie structurele zaken die op de Europese politieke agenda staan en die de fiscale “race to the bottom” in de EU kunnen afremmen: Ten eerste moet er één Europees systeem voor de winstbelasting van bedrijven komen via de zogenaamde CCCTB), nu geblokkeerd in de Raad van ministers van Financiën. Ten tweede is er country-by-country reporting (CBCR). Dat is het soort van wetgeving waar Groenen al jaren voor pleiten. Het verplicht bedrijven in jaarverslagen te openbaren of ze in een EU-land waar ze activiteiten hebben, wel voldoende belasting betalen. Ten derde: het recente voorstel van de Europese Commissie om besluitvorming over fiscaliteit in de EU van unanimiteit om te vormen naar een gekwalificeerde meerderheid. Zo niet, blijven we voortmodderen.”