Eerlijke Economie

Een groot deel van het Europees project heeft een economische invulling. Maar een overheid noch een economie bestaat voor zichzelf. Ze bestaat voor en staat ten dienste van ons, als mensen. Wij streven dan ook naar een Europese markt die in de eerste plaats voordelen biedt aan de kleine en niet de kapitaalkrachtige man of vrouw. Een markt die in de eerste plaats voordelen biedt aan het kleine- en middelgrote en niet het multinationale bedrijf. Een markt die duurzame welvaart biedt voor elke en niet voor enkele burgers. Wij pleiten voor een Europa van mens en milieu, niet voor een Europa dat zich beperkt tot markt en munt.

Ons Europa van mens en milieu gaat gepaard met een duurzame investeringsstrategie voor duurzame jobs en duurzame welvaart. De groei van morgen zal namelijk groen zijn of hij zal eindig en zelfdestructief zijn. Ook de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking voeren we op. Iedereen die profiteert van de gezamenlijke lusten, betaalt zijn eerlijke deel in de gemeenschappelijke lasten. Tenslotte zijn wij geen voorstander van ongebreidelde vrijhandel, maar pleiten we voor democratisch onderhandelde akkoorden die sociaal, ecologisch en ethisch regulerend zijn.

1. Eerlijke fiscaliteit

In een poging om multinationale bedrijven aan te trekken, bieden Europese regeringen zeer voordelige belastingtarieven aan. Op die manier worden de lidstaten tegen elkaar uitgespeeld en ontstaat er een race to the bottom in de werkelijke tarieven die multinationals nog maar moeten betalen. De lidstaten snijden zo in eigen vel. Waar de vennootschapsbelasting in ons land zo’n 34% bedraagt, betalen multinationals gemiddeld slechts 14% effectief. Vergeleken met het aandeel dat KMO’s en de particuliere bevolking afstaan, is er sprake van een fundamenteel oneerlijk speelveld tussen de kleinen en de groten. Dit ondermijnt onze democratie. Bovendien zijn grote bedrijven heer en meester in het optimaal verdelen en verstoppen van hun winsten in verschillende lidstaten en belastingparadijzen. Europa dient haar schaal te gebruiken om continentale en wereldwijde afspraken af te dwingen die de kapitaalvlucht naar belastingparadijzen stoppen en bedrijven dwingen om belasting te betalen daar waar de winst gegenereerd wordt. Een bedrijf dat hier van onze lusten gebruik maakt (wegeninfrastructuur, geschoold personeel, …), dient ook hier zijn aandeel in de lasten te betalen. Inkomsten die uiterst nuttig kunnen worden ingezet voor het financieren van de transitie naar een ecologisch-economisch model.

  • Belastingontduiking en –ontwijking kan vermeden worden door grote bedrijven te verplichten om voor al hun Europees gegenereerde winsten één belastingaangifte te doen en vervolgens pro rato per lidstaat de verschuldigde lasten te betalen. Een dergelijk voorstel ligt reeds op de tafel van de Europese Ministers van Financiën. Een stap verder, beëindigen we ook de neerwaartse spiraal aan steeds lagere belastingtarieven om bedrijven aan te trekken. Dit doen we door naar één gemeenschappelijk tarief van vennootschapsbelasting te evolueren.
  • De strijd tegen belastingontduiking en –ontwijking vereist dus samenwerking (op zijn minst) op Europees niveau. Momenteel geldt er een unanimiteitsregel voor dergelijke samenwerking binnen de Raad van Ministers. Deze unanimiteitsvereiste dient afgeschaft te worden zodat de weerstand van sommige lidstaten niet langer een obstakel vormt om eerlijke lasten daar te heffen waar van de lusten wordt gebruik gemaakt.
  • Een gezamenlijke strijd tegen belastingontduiking en –ontwijking vereist niet enkel een aanpak vis-à-vis de grote bedrijven, maar ook vis-à-vis de faciliterende landen. Europa moet een volledige, eerlijke en harde ‘zwarte lijst’ van belastingparadijzen opstellen. Volledig en eerlijk door alle landen aan dezelfde criteria te onderwerpen en dus ook EU-lidstaten op te nemen indien zij er fiscale achterpoortjes of extreem lage tarieven op nahouden. Hard, in die zin dat economische sancties van toepassing zouden zijn.

2. Eerlijke handel

Groen pleit voor eerlijke handel die gereguleerd is op sociaal, ecologisch en ethisch vlak. Handel die zorgt voor werkgelegenheid, maar ook ecosystemen en mensenrechten respecteert. Handel die voorziet in een maximaal welzijn voor de mens, met een opwaartse harmonisatie van loon- en arbeidsvoorwaarden in plaats van een sociale race to the bottom. We streven naar handel met minimaal gebruik van energie en grondstoffen, in plaats van een economisch model aan te houden dat twee keer zoveel grondstoffen verbruikt als de planeet kan verstrekken. Als grootste – en gemiddeld meest welvarende – markt ter wereld heeft de EU ook effectief de macht om handel te onderhandelen, om de negatieve sociale en milieueffecten van handel te verkleinen.

  • De liberalisering van handel moet afhankelijk gesteld worden van de naleving en handhaving van duurzaamheidsbepalingen, zoals arbeidsvoorwaarden, gendergelijkheid, bescherming van mensenrechten en ecosystemen. Handelsverdragen mogen de inspanningen die hiertoe bijdragen niet ondermijnen.
  • De EU moet zijn handelsbeleid geheel laten aansluiten op zijn klimaatdoelstellingen (o.a. Klimaatakkoord van Parijs en de Agenda 2030). Zo moet een mechanisme worden ingevoerd dat importprijzen opschroeft naar het niveau van de koolstofprijs van de EU om een gelijk speelveld te bewerkstelligen. Ook pleiten we voor een belasting op uitstoot van maritiem transport en luchtvaart, zodat emissieregulering (ETS) alomvattend wordt.
  • Democratische controle en publieke participatie bij de beoordeling van handelsverdragen is primordiaal. EU-handelsverdragen hebben in Europa immers veel invloed op sociale, economische en milieuontwikkelingen. Die controle en participatie mag niet beperkt blijven tot de consultatie van de industriële lobby of een veto-mogelijkheid van het Europees Parlement op het einde van de onderhandelingsrit.
  • Het is belangrijk dat de EU nadruk legt op een WTO-gebaseerd multilateralisme. Europa dient zich te richten op multilaterale handelsverdragen in plaats van bilaterale verdragen die het multilaterale handelssysteem proberen te ondermijnen.

3. Duurzame investeringen, leefbaar werk en groene groei

Volgens het meest recente klimaatrapport (IPCC) moeten we tegen 2030 CO2-neutraal leven om een opwarming van de aarde van meer dan 1,5% te vermijden. Tegelijkertijd voeren de meeste politieke krachten een beleid dat economische groei – in welke sector dan ook – en jobs – hoe onduurzaam dan ook – blind wil boosten. Groei en jobs, jobs, jobs, is het huidige mantra zowel op nationaal als Europees niveau. Wij als groenen zien echter in dat de ecologische, sociale en economische leefbaarheid van Europa (en de wereld) afhangt van een radicale shift in ons economisch model. Daartoe dient in de eerste plaats geïnvesteerd te worden in sectoren die bijdragen tot een CO2-neutrale toekomst en vice versa gedesinvesteerd in klimaat- en milieuonvriendelijke sectoren. Hetzelfde geldt voor jobs. Mensen die actief zijn binnen de uitdovende fossiele economie, dienen opgevangen en begeleid te worden naar jobs met een lange termijnperspectief, een waardig loon en leefbare werkomstandigheden. Werkbare en duurzame jobs dus. Onze voorkeur gaat uit naar het soort investeringen dat duurzame economische groei en leefbare samenlevingen teweegbrengt, in plaats van enkel en alleen een blinde BBP-boost.

  • Stop met belastinggeld te verspillen aan subsidies voor vervuilende industrieën en vergroen alle publieke aanbestedingen. De enige manier om een tijdige transitie te verzekeren is door wettelijk een uiterste deadline op te leggen voor de desinvestering in fossiele brandstoffen en de uitfasering van de sector zelf. Ook het vastleggen van een soort ‘duurzaamheidsratings’ voor alternatieve investeringen is belangrijk om zogenaamde ‘green-washing’ te voorkomen en te verzekeren dat werkelijk een transitie wordt ingezet.
  • Op zijn minst de helft van het EU-budget moet geoormerkt kunnen worden als vergroeningsmaatregel of -investering. Zo zijn wij voorstander van een doorgezette shift richting vergroening binnen het landbouwbudget. Een plafonnering van de steun per agrarisch bedrijf, kan gelden van grote concerns vrijmaken voor het ondersteunen van de milieumaatregelen die kleine, duurzame en ecologisch-verantwoorde boeren moeten nemen.
  • Het Europees Fonds voor Strategische Investeringen, het zogenaamde Juncker Plan, is exemplarisch voor het ‘blinde boosten’ dat de huidige politieke krachten kenmerkt. Teveel van de voorziene fondsen werden gestoken in projecten uit de ‘oude economie’ zoals het aanleggen van snelwegen en fossiele brandstofinfrastructuur of het uitbreiden van luchthavengebied. De Europese Groenen ontwikkelden een alternatief investeringsplan, gefundeerd op drie pijlers waaronder investering in een 100% hernieuwbare energie-unie.