Defensiebeleid

Sinds haar ontstaan streeft de Europese Unie naar interne stabiliteit en vrede. Die duurzame vrede is voornamelijk gestoeld op economische samenwerking. Liberalisering en deregulering zorgen echter voor meer ongelijkheid. Economische, financiële belangen winnen het van democratische waarden en mensenrechten.

Tegelijk moet Europa zich in deze geglobaliseerde wereld weten handhaven. Sedert de bevoegdheid omtrent defensie en veiligheid niet langer alleen de lidstaten toebehoort, is Europa een wereldmacht met militaire ambities. De wapenindustrie neemt er een belangrijke rol in. Nochtans moeten voor Groenen conflicten pas in laatste instantie militair worden aangepakt. Eerst inzetten op conflictpreventie, dan pogen de conflicten op te lossen of te beheersen via diplomatieke weg. Toch zien we een groeiende ambitie richting militaire interventie, de oprichting van een Europees leger, de 'war on terror', met aansluitend meer budget in de Europese begroting.

In 2017 gaven de 28 lidstaten van de EU ruim 230 miljard euro uit aan defensie. Dat is meer dan Rusland, China en Japan samen, maar minder dan de VS, die op de eerste plaats staan. In 2017 besteedde België ongeveer 4 miljard euro aan defensie.

Voor Groenen is militair optreden echt wel de laatste strohalm, waarover zeker moet nagedacht worden: welke structuur, vanuit welke visie en welke afspraken zijn nodig tussen lidstaten.

Wij vinden dat vrede en veiligheid om meer draaien dan alleen afwezigheid van oorlog. We stellen ook vast dat elke samenleving die een conflict heeft doorgemaakt, achteraf sterk is verdeeld.

Wij zijn ervan overtuigd dat landen enkel uit de conflictcyclus kunnen ontsnappen als er stabiele, democratische en transparante instellingen, gerechtigheid, respect voor de mensenrechten en een gezonde sociaaleconomische ontwikkeling zijn.

De meeste conflicten kennen dieperliggende oorzaken: zwakke democratieën, sociale ongelijkheid, een zwak functionerende rechtstaat, landroof, belastingontduiking… Maar ook een eenzijdige economische drijfveer leidt dikwijls tot onrecht. Energiebeleid en een nadruk op fossiele brandstoffen hangt snel samen met schending van mensenrechten, een industrieel landbouwbeleid gebaseerd op overschotten en dumpingprijzen werkt armoede in de hand, een vrij-handelsbeleid mist sociale correcties en laat de markt over aan de sterkste. Het is duidelijk dat Europees beleid op diverse domeinen vaak een omgekeerd of tegenstrijdig effect heeft buiten Europa, waardoor conflicten kunnen ontstaan. Het is in die zin even belangrijk om het migratie- en vluchtelingenbeleid van de Unie te koppelen aan de klimaatverandering.

Onze visie op vredes- en veiligheidsbeleid omhelst 7 speerpunten:

  • conflictpreventie op lange termijn (ongelijkheid wegwerken, corruptie, rechtstaat)
  • internationale orde obv universele waarden en normen, rechtstaat
  • bevorderen van menselijke veiligheid
  • Humanitaire ontwapening
  • terrorismebestrijding zonder oorlog
  • beveiligingscapaciteit van burgers in het buitenland vergroten
  • alternatieven voor een EU-leger

1. Conflictpreventie op lange termijn

Slechts een allesomvattend beleid dat onderliggende oorzaken van politieke onrust wegwerkt, kan conflicten op lange termijn voorkomen. Europa moet daar een niet mis te verstane rol in spelen en kan zich stoelen op de aanpak van de VN.

  • Fiscaal beleid. Belastingontduiking, illegale geldstromen en gestolen goederen staan ontwikkeling ernstig in de weg. Europa investeert geen middelen in bedrijven, verzekeringsinstellingen, pensioenfondsen of andere financiële actoren die wapens produceren
  • Algemeen op eerlijke handel gericht handelsbeleid. In plaats van een fair trade label moet een oneerlijk tot stand gekomen product gelabeld worden.
  • Buitenlands beleid beschermt mensenrechten, helpt foltering, mishandeling en terechtstellingen voorkomen en straffeloosheid bestrijden. Overgangsrechtspraak en verzoeningsprojecten die in het maatschappelijk middenveld zijn geworteld, verdienen alle steun.

2. Voor een gereguleerde internationale orde

Niet de geopolitiek, die zich toespitst op politieke macht ten aanzien van een geografische ruimte, maar universele waarden en mensenrechten vormen het uitgangspunt waarrond de internationale orde zich moet organiseren. Tegenwoordig worden de internationale rechtsnormen, middelgrote en regionale machten en politieke invloedssferen afgewezen en uitgehold. Het fundamentele strategische belang van de Unie is een vreedzame multilaterale wereldorde op basis van de rechtsstaat, respect voor de mensenrechten en democratie, en niet de afbouw van het maatschappelijk middenveld. Het gebrek aan eenheid in de EU tast haar geloofwaardigheid en haar impact op internationale fora aan.

  • De Europese Unie erkent het stabiliserend karakter van de Verenigde Naties en helpt dit terug te vestigen. Tegelijk is de wederopbouw en de versterking van mondiale instellingen zoals de Wereldhandelsorganisatie cruciaal.
  • De EU moet meer bezig zijn met diplomatieke inspanningen die potentiële conflicten helpen te ontmijnen
  • Ook intern dringt meer eenheid zich op en moet Europa waakzaam blijven bij de opkomst van nieuwe vormen van hybride oorlogsvoering zoals desinformatiecampagnes, die handig inspelen op populistische en extreemrechtse standpunten. Ook buiten de Unie breekt dit door. Het enige antwoord bestaat uit feiten, transparantie en een versterkte maatschappelijke veerkracht.

3. Menselijke veiligheid bevorderen

Het EU-beleid inzake conflictpreventie is nog altijd te eng omschreven, te staatsgericht en te weinig gefinancierd. Veel initiatieven omtrent bemiddeling, overleg en verzoening zijn nochtans verankerd in het middenveld. Deze maatschappelijk versie van conflictpreventie dient aangemoedigd te worden.

  • In de Dienst voor Extern Optreden krijgt civiele conflictpreventie een grotere rol. In geval van nood kunnen bemiddelings-, overleg- en verzoeningsexperts snel ingezet worden. Ze verdienen sterkere steun. Ook de rol van vrouwen en meisjes in vredesopbouw moet sterker gepromoot.
  • In bredere zin kunnen duurzame bestaansmiddelen conflicten voorkomen. Voedselveiligheid, het recht op voedsel, dus, het landbouwbeleid van de Unie, bepaalt in sterke mate over al dan niet duurzame bestaansmiddelen.
  • Doelgerichte financiële of economische sancties kunnen soms succesvol zijn tegen een mogelijke militaire escalatie. Sancties moeten gericht zijn op strategische goederen zoals olie, gas, kernprojecten en hightech producten. We willen allereerst een verbod op de invoer van Israëlische producten gefabriceerd in de bezette gebieden.

4. Meer veiligheid via humanitaire ontwapening

De Europese Unie is een mondiale supermacht als het op handel aankomt. En het is een belangrijke speler in de export van conventionele oorlogswapens, vuurwapens voor civiele doeleinden, zgn 'folterwerktuigen' en zeer geavanceerde goederen voor tweeërlei gebruik, met name bewakingstechnologie. Als we er niet in slagen het exportbeleid in deze technologieën van de EU te herzien, zullen onze inspanningen op alle andere terreinen mislukken. Ontwapening moet de basis vormen.

  • Volledig automatische wapensystemen (Killer Robots), die zonder betekenisvolle menselijke controle doelwitten kunnen selecteren en aanvallen, moeten verboden worden. De huidige wapenwedloop voorspelt immers niet veel goeds. Binnen de Verenigde Naties lopen momenteel gesprekken om onderhandelingen te starten over zo’n verbodsverdrag. Europese landen moeten de start van zo’n onderhandelingen steunen. Europese fondsen voor militair onderzoek mogen op geen enkele manier onderzoek naar killer robots steunen.
  • Ook kernenergie is een bedreiging voor mens en milieu en elke kernprogramma heeft een dubbel karakter. Kernontwapening is een must. De EU kaart de terugtrekking aan van alle kernwapens van het Europese grondgebied. Individuele EU-lidstaten moeten het nieuwe VN-kernwapenverbod (juli 2017) ondertekenen en ratificeren.
  • Cyberveiligheid en cyberoorlog zijn begrippen uit de 21ste eeuw waar de overheid nog geen afdoende greep op heeft. Beveiliging hiertegen blijkt vooralsnog een particuliere kwestie van het bedrijfsleven. Hoogtijd dat de overheid haar achterstand inloopt.

5. Terrorisme bestrijden zonder oorlog

De recente terroristische aanslagen doen het aantal militaire interventies toenemen: het dreigingsniveau stijgt en vergoelijkt de aanwezigheid van paracommando's in het straatbeeld. Laat ons duidelijk zijn: onze overheden moeten toezien op de veiligheid van haar burgers. Maar terreuraanslagen kunnen alleen vermeden worden door de onderliggende oorzaken aan te pakken, deradicalisering preventief te benaderen en het strafrecht toe te passen.

Huurlingen vind je in elk gewapend conflict. We moeten echter stilstaan bij het feit dat de laatste aanslagen zijn gepleegd door geradicaliseerde EU-burgers die in onze landen zijn opgegroeid.

  • We pakken radicalisering vooral preventief aan met economische, opvoedkundige en sociale maatregelen, waaronder maatregelen tegen discriminatie.
  • De EU weerhoudt zich van militair avonturisme zonder politieke strategie of een stevige juridische basis. Europese geheime diensten onderzoeken hun samenwerking met totalitaire regimes en de uitleveringsprogramma's van de CIA.
  • Europese lidstaten verglijden in een bewakingsstaat met ongepaste controle over de media en het maatschappelijk middenveld. Dit houdt een verschuiving naar minder vrijheid en meer autoritarisme in. De EU moet de regels omtrent bescherming van de grondrechten en parlementaire controle beschermen.

6. De beveiligingscapaciteit van burgers in het buitenland vergroten

Civiele bescherming, of het inzetten op niet-militaire acties om een conflict of crisissituatie niet verder te laten escaleren, wint aan belang. De EU biedt iets wat de NAVO niet kan geven en wat de VN en de Afrikaanse Unie moeilijk kunnen leveren vanwege budgettaire en personele beperkingen. Dergelijke missies hebben in de eerste plaats te maken met de hervorming van de veiligheidssector die kan helpen een crisis te voorkomen.

  • Het civiele gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid moet meer gekoppeld worden aan de ontwikkelingsprogramma's van de EU, en zich richten op de verbetering van transparantie, verantwoording en democratische controle over strijdkrachten, inlichtingendiensten, veiligheidsdiensten en politie.
  • Een tweede pijler moet de demobilisatie, ontwapening en re-integratie van voormalige strijders worden. Er bestaat veel knowhow binnen de EU-lidstaten die kwetsbare landen in naoorlogse situaties zou kunnen helpen mits een snelle en goed getimede interventie.
  • Meer inspanning op het vlak van werving, opleiding en planningsstructuren, ook binnen de Dienst voor Extern Optreden, is cruciaal om tot performante en succesvolle actie te kunnen overgaan.

7. Alternatieven voor een EU-vredesmacht

Als conflictpreventie op lange termijn, bemiddeling op korte termijn, diplomatie en gerichte economische sancties wreedheden en gewapende conflicten niet kunnen voorkomen of stoppen, is militaire actie het laatste redmiddel om de dynamiek te veranderen. Bovendien moet die plaatsvinden binnen een degelijk juridisch kader dat volledig in overeenstemming is met het internationale recht, met een duidelijke exitstrategie en een sterke parlementaire controle. Ook hier dient de VN als voorbeeld.

  • Elke soevereine staat heeft de verantwoordelijkheid om zijn burgers te beschermen. Als hulp van de internationale gemeenschap wordt ingeroepen moet duidelijk zijn omschreven in welk concreet scenario militaire actie en het gebruik van geweld legitiem kan zijn.
  • Het ontbreekt de EU aan relevante capaciteiten. We hebben nood aan hoogopgeleide en goed getrainde soldaten die minstens één vreemde taal spreken en die begrijpen hoe complex vredesoperaties zijn in uiteenlopende culturele omgevingen. We promoten de Pooling & Sharing methode tussen de lidstaten die taken verdeelt en verscheiden zwakke capaciteiten kan combineren tot één gezamenlijke capaciteit die goed werkt.
  • De versnipperde defensiemarkt en het versnipperde defensiebudget herstructureren en de industriële capaciteit verlagen tot een strikt minimum. De lidstaten moeten hun middelen voor onderzoek en ontwikkeling samenbrengen, hun budgetten doeltreffender gebruiken en hun middelen op een veel betere manier bundelen en delen. Dit zou automatisch leiden tot meer hoogstaande capaciteiten.